Met een werkgelegenheidsgraad van 69,2 % bij de 20- tot 64-jarigen (Census 2021) staat Ronse 464e van 565 gemeenten, van hoog naar laag.
De werkgelegenheidsgraad lag in 2021 5,3 procentpunt hoger dan in 2011 (63,9 → 69,2 %). Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Ter vergelijking: België 71,7 %, de provincie Oost-Vlaanderen 77,4 % — Ronse zit 2,5 procentpunt onder het Belgische cijfer.
Ronse ligt in het arrondissement Oudenaarde, provincie Oost-Vlaanderen, Vlaams Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 69,2 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 14.607 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 10.105 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 8,8 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 9.139 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 10.412 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −1.273 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 27.731 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 34.366 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 220.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 77,6 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 8,0 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 43,5 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 41,4 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 11,3 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 3,0 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 4,0 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Ronse had op 1 januari 2021 69,2 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Ronse staat op plaats 464 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (69,2 %), −2,5 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 63,9 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 69,2 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+5,3 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.