In Tienen werkte op 1 januari 2021 74,5 % van de 20- tot 64-jarigen; 340 gemeenten hebben een hogere werkgelegenheidsgraad.
Tegenover 2011 (70,7 %) steeg de werkgelegenheidsgraad met 3,8 procentpunt. Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Dat is 2,8 procentpunt hoger dan het Belgische cijfer (71,7 %) en 3,2 procentpunt lager dan het gemiddelde van de provincie Vlaams-Brabant (77,7 %).
Tienen ligt in het arrondissement Leuven, provincie Vlaams-Brabant, Vlaams Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 74,5 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 20.073 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 14.953 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 6,6 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 14.936 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 15.294 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −358 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 36.962 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 40.766 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 275.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 74,0 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 7,6 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 39,0 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 43,8 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 10,5 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 2,7 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 2,7 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Tienen had op 1 januari 2021 74,5 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Tienen staat op plaats 341 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (74,5 %), +2,8 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 70,7 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 74,5 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+3,8 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.