Op 1 januari 2021 had 80,1 % van de inwoners van Lennik tussen 20 en 64 jaar werk — 103e van 565 gemeenten (Statbel, Census 2021).
10 jaar eerder, in 2011, was het 76,8 %: een stijging van 3,3 procentpunt. Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Lennik ligt 8,4 procentpunt boven het Belgische cijfer (71,7 %) en 2,4 procentpunt boven de provincie Vlaams-Brabant (77,7 %).
Lennik ligt in het arrondissement Halle-Vilvoorde, provincie Vlaams-Brabant, Vlaams Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 80,1 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 5.236 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 4.192 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 3,0 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 3.041 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 4.313 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −1.272 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 9.400 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 49.023 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 460.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 41,2 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 8,5 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 34,9 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 45,2 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 6,4 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 2,1 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 1,3 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Lennik had op 1 januari 2021 80,1 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Lennik staat op plaats 103 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (80,1 %), +8,4 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 76,8 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 80,1 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+3,3 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.