Op 1 januari 2021 had 61,4 % van de inwoners van Vorst tussen 20 en 64 jaar werk — 535e van 565 gemeenten (Statbel, Census 2021).
10 jaar eerder, in 2011, was het 55,4 %: een stijging van 6,0 procentpunt. Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Vorst ligt 10,3 procentpunt onder het Belgische cijfer (71,7 %) en 1,5 procentpunt boven het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (59,9 %).
Vorst ligt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (arrondissement Brussel-Hoofdstad).
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 61,4 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 35.177 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 21.615 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 17,7 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 20.122 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 22.008 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −1.886 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 58.904 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 34.032 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 640.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 83,5 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 7,0 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 49,9 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 38,6 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 35,8 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 1,9 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 9,6 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Vorst had op 1 januari 2021 61,4 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Vorst staat op plaats 535 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (61,4 %), −10,3 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 55,4 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 61,4 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+6,0 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.