Op 1 januari 2021 had 56,6 % van de inwoners van Anderlecht tussen 20 en 64 jaar werk — 554e van 565 gemeenten (Statbel, Census 2021).
10 jaar eerder, in 2011, was het 52,2 %: een stijging van 4,4 procentpunt. Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Anderlecht ligt 15,1 procentpunt onder het Belgische cijfer (71,7 %) en 3,3 procentpunt onder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (59,9 %).
Anderlecht ligt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (arrondissement Brussel-Hoofdstad).
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 56,6 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 71.811 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 40.664 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 18,5 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 59.964 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 41.563 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | +18.401 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 129.600 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 28.149 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 341.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 111,2 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 5,5 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 48,1 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 36,7 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 34,3 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 3,2 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 8,1 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Anderlecht had op 1 januari 2021 56,6 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Anderlecht staat op plaats 554 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (56,6 %), −15,1 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 52,2 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 56,6 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+4,4 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.