Met een werkgelegenheidsgraad van 67,9 % bij de 20- tot 64-jarigen (Census 2021) staat Doische 481e van 565 gemeenten, van hoog naar laag.
De werkgelegenheidsgraad lag in 2021 5,1 procentpunt hoger dan in 2011 (62,8 → 67,9 %). Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Ter vergelijking: België 71,7 %, de provincie Namen 69,7 % — Doische zit 3,8 procentpunt onder het Belgische cijfer.
Doische ligt in het arrondissement Philippeville, provincie Namen, Waals Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 67,9 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 1.744 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 1.185 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 10,2 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 402 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 1.218 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −816 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 2.947 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 33.097 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 180.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 56,3 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 8,0 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 32,5 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 44,8 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 2,9 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 2,7 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 4,7 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Doische had op 1 januari 2021 67,9 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Doische staat op plaats 481 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (67,9 %), −3,8 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 62,8 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 67,9 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+5,1 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.