In Couvin werkte op 1 januari 2021 62,2 % van de 20- tot 64-jarigen; 532 gemeenten hebben een hogere werkgelegenheidsgraad.
Tegenover 2011 (56,6 %) steeg de werkgelegenheidsgraad met 5,6 procentpunt. Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Dat is 9,5 procentpunt lager dan het Belgische cijfer (71,7 %) en 7,5 procentpunt lager dan het gemiddelde van de provincie Namen (69,7 %).
Couvin ligt in het arrondissement Philippeville, provincie Namen, Waals Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 62,2 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 7.881 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 4.901 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 14,5 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 4.071 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 5.083 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −1.012 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 13.927 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 32.004 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 145.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 91,5 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 8,5 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 32,5 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 44,7 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 4,6 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 2,7 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 5,6 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Couvin had op 1 januari 2021 62,2 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Couvin staat op plaats 533 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (62,2 %), −9,5 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 56,6 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 62,2 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+5,6 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.