Met een werkgelegenheidsgraad van 71,3 % bij de 20- tot 64-jarigen (Census 2021) staat Tellin 433e van 565 gemeenten, van hoog naar laag.
De werkgelegenheidsgraad lag in 2021 3,8 procentpunt hoger dan in 2011 (67,5 → 71,3 %). Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Ter vergelijking: België 71,7 %, de provincie Luxemburg 71,8 % — Tellin zit 0,4 procentpunt onder het Belgische cijfer.
Tellin ligt in het arrondissement Neufchâteau, provincie Luxemburg, Waals Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 71,3 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 1.410 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 1.005 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 9,9 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 354 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 1.042 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −688 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 2.519 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 37.730 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 199.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 62,7 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 8,0 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 32,5 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 42,5 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 3,5 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 3,6 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 4,0 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Tellin had op 1 januari 2021 71,3 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Tellin staat op plaats 433 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (71,3 %), −0,4 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 67,5 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 71,3 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+3,8 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.