In Aubange werkte op 1 januari 2021 66,9 % van de 20- tot 64-jarigen; 494 gemeenten hebben een hogere werkgelegenheidsgraad.
Tegenover 2011 (60,2 %) steeg de werkgelegenheidsgraad met 6,7 procentpunt. Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Dat is 4,8 procentpunt lager dan het Belgische cijfer (71,7 %) en 4,9 procentpunt lager dan het gemiddelde van de provincie Luxemburg (71,8 %).
Aubange ligt in het arrondissement Aarlen, provincie Luxemburg, Waals Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 66,9 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 10.381 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 6.941 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 9,0 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 2.566 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 7.074 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −4.508 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 17.845 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 40.774 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 285.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 66,2 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 8,0 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 32,5 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 40,5 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 35,7 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 1,8 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 4,3 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Aubange had op 1 januari 2021 66,9 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Aubange staat op plaats 495 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (66,9 %), −4,8 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 60,2 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 66,9 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+6,7 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.