Met een werkgelegenheidsgraad van 79,1 % bij de 20- tot 64-jarigen (Census 2021) staat Riemst 142e van 565 gemeenten, van hoog naar laag.
De werkgelegenheidsgraad lag in 2021 7,3 procentpunt hoger dan in 2011 (71,8 → 79,1 %). Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Ter vergelijking: België 71,7 %, de provincie Limburg 75,0 % — Riemst zit 7,4 procentpunt boven het Belgische cijfer.
Riemst ligt in het arrondissement Tongeren, provincie Limburg, Vlaams Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 79,1 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 9.642 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 7.629 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 4,4 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 3.058 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 7.870 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −4.812 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 16.890 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 40.738 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 299.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 44,6 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 8,0 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 35,0 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 44,7 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 21,6 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 2,9 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 2,1 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Riemst had op 1 januari 2021 79,1 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Riemst staat op plaats 142 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (79,1 %), +7,4 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 71,8 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 79,1 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+7,3 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.