Met een werkgelegenheidsgraad van 75,4 % bij de 20- tot 64-jarigen (Census 2021) staat Lontzen 309e van 565 gemeenten, van hoog naar laag.
De werkgelegenheidsgraad lag in 2021 4,5 procentpunt hoger dan in 2011 (70,9 → 75,4 %). Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Ter vergelijking: België 71,7 %, de provincie Luik 66,6 % — Lontzen zit 3,7 procentpunt boven het Belgische cijfer.
Lontzen ligt in het arrondissement Verviers, provincie Luik, Waals Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 75,4 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 3.445 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 2.598 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 6,0 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 1.607 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 2.699 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −1.092 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 6.080 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 39.898 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 326.500 |
| Misdaadcijfers (2025) | 44,4 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 6,8 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 32,5 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 42,2 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 19,2 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 2,3 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 3,0 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Lontzen had op 1 januari 2021 75,4 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Lontzen staat op plaats 309 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (75,4 %), +3,7 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 70,9 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 75,4 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+4,5 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.