In Seraing werkte op 1 januari 2021 57,0 % van de 20- tot 64-jarigen; 552 gemeenten hebben een hogere werkgelegenheidsgraad.
Tegenover 2011 (52,4 %) steeg de werkgelegenheidsgraad met 4,6 procentpunt. Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Dat is 14,7 procentpunt lager dan het Belgische cijfer (71,7 %) en 9,6 procentpunt lager dan het gemiddelde van de provincie Luik (66,6 %).
Seraing ligt in het arrondissement Luik, provincie Luik, Waals Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 57,0 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 36.479 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 20.801 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 19,8 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 20.097 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 21.432 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −1.335 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 64.764 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 30.602 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 180.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 101,5 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 8,5 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 33,8 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 40,8 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 15,5 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 2,2 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 7,9 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Seraing had op 1 januari 2021 57,0 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Seraing staat op plaats 553 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (57,0 %), −14,7 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 52,4 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 57,0 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+4,6 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.