Met een werkgelegenheidsgraad van 60,4 % bij de 20- tot 64-jarigen (Census 2021) staat Hensies 542e van 565 gemeenten, van hoog naar laag.
De werkgelegenheidsgraad lag in 2021 4,0 procentpunt hoger dan in 2011 (56,4 → 60,4 %). Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Ter vergelijking: België 71,7 %, de provincie Henegouwen 63,8 % — Hensies zit 11,3 procentpunt onder het Belgische cijfer.
Hensies ligt in het arrondissement Bergen, provincie Henegouwen, Waals Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 60,4 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 3.993 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 2.412 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 14,5 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 862 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 2.466 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −1.604 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 6.828 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 34.043 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 188.800 |
| Misdaadcijfers (2025) | 74,1 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 8,5 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 35,0 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 43,3 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 7,3 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 2,3 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 6,2 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Hensies had op 1 januari 2021 60,4 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Hensies staat op plaats 542 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (60,4 %), −11,3 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 56,4 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 60,4 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+4,0 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.