In Brugge werkte op 1 januari 2021 76,7 % van de 20- tot 64-jarigen; 272 gemeenten hebben een hogere werkgelegenheidsgraad.
Tegenover 2011 (72,7 %) steeg de werkgelegenheidsgraad met 4,0 procentpunt. Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Dat is 5,0 procentpunt hoger dan het Belgische cijfer (71,7 %) en 1,1 procentpunt lager dan het gemiddelde van de provincie West-Vlaanderen (77,8 %).
Brugge ligt in het arrondissement Brugge, provincie West-Vlaanderen, Vlaams Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 76,7 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 67.816 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 51.988 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 5,0 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 69.855 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 53.399 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | +16.456 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 120.458 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 41.006 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 350.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 87,7 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 6,9 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 40,0 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 45,8 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 9,3 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 4,5 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 3,4 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Brugge had op 1 januari 2021 76,7 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Brugge staat op plaats 273 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (76,7 %), +5,0 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 72,7 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 76,7 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+4,0 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.