Met een werkgelegenheidsgraad van 78,2 % bij de 20- tot 64-jarigen (Census 2021) staat Itter 199e van 565 gemeenten, van hoog naar laag.
De werkgelegenheidsgraad lag in 2021 8,7 procentpunt hoger dan in 2011 (69,5 → 78,2 %). Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.
Ter vergelijking: België 71,7 %, de provincie Waals-Brabant 73,4 % — Itter zit 6,5 procentpunt boven het Belgische cijfer.
Itter ligt in het arrondissement Nijvel, provincie Waals-Brabant, Waals Gewest.
Over deze cijfers: bron Statbel — Census 2021, referentieperiode 1 januari 2021; bijgewerkt op .
| Cijfer | Waarde |
|---|---|
| Werkgelegenheidsgraad 20–64 jaar (1 januari 2021) | 78,2 % |
| Inwoners van 20 tot 64 jaar (Census 2021) | 4.011 |
| Werkende inwoners van 20 tot 64 jaar | 3.137 |
| Werkloosheidsgraad 15–64 jaar | 6,9 % |
| Jobs in de gemeente, door inwoners van België | 2.508 |
| Werkende inwoners (alle leeftijden) | 3.227 |
| Pendelsaldo (jobs min werkende inwoners) | −719 |
| Bevolking (1 januari 2026) | 6.918 inwoners |
| Gemiddeld inkomen (inkomstenjaar 2023 · aanslagjaar 2024) | € 46.385 |
| Mediaanprijs woning (2025) | € 370.000 |
| Misdaadcijfers (2025) | 96,8 per 1.000 inwoners |
| Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (aanslagjaar 2024) | 7,9 % |
| Gemeentebelasting op vastgoed, in % van het kadastraal inkomen (aanslagjaar 2026) | 31,3 % |
| Gemiddelde leeftijd (1 januari 2026) | 43,9 jaar |
| Inwoners met een niet-Belgische nationaliteit (1 januari 2026) | 7,5 % |
| Letselongevallen per 1.000 inwoners (2025) | 4,6 per 1.000 inwoners |
| Werkzoekenden met een werkloosheidsuitkering (2025) | 3,7 per 100 inw. 18–64 |
Referentiedatum: 1 januari 2021 · Bron: Statbel — Census 2021
In Itter had op 1 januari 2021 78,2 % van de inwoners tussen 20 en 64 jaar werk (Statbel, Census 2021: administratieve gegevens, geen enquête).
Itter staat op plaats 199 van 565 gemeenten voor werkgelegenheidsgraad 20–64 (%) (78,2 %), +6,5 procentpunt tegenover het Belgische cijfer (71,7 %).
Van 69,5 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2011 naar 78,2 procent van de 20- tot 64-jarigen in 2021 (+8,7 procentpunt).
Statbel: in 2011 werd het aantal werknemers bij Europese en internationale instellingen onderschat; waar velen van hen wonen, overschat de vergelijking met 2011 de stijging.